Wetwinkel Amsterdam

Het virus 2019-nCOV, COVID-19 of gewoonweg het Coronavirus woedt al enige tijd over de hele wereld. Al tijdens de eerste weken verschenen berichten over mensen die hun besmetting met het virus tot hun eigen gewin trachtten te gebruiken. De uitspraak “Blijf staan, of ik hoest!” heeft in deze bijzondere periode dan ook voor het eerst zijn ingang gevonden. Is onze wetgeving wel voldoende voorbereid op dit soort figuren? Wat betekent het juridisch om besmet te worden met het Coronavirus? Kan een besmetting met het Coronavirus een veroordeling op grond van Onrechtmatige Daad opleveren in de zin van artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek?

Om tot een veroordeling op grond van Onrechtmatige Daad te komen moet worden voldaan aan grofweg vijf eisen. 

Onrechtmatigheid. Ten eerste moet sprake zijn van een onrechtmatigheid. Dat betekent dat er sprake moet zijn van handelen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht. In dit geval kan daarvan zeker sprake zijn, omdat het toebrengen van letsel in beginsel onrechtmatig is.

Toerekening. Ten tweede moet de onrechtmatigheid kunnen worden toegerekend aan de dader. Dat betekent dat er sprake moet zijn van schuld. Als de dader wist dat hij het virus bij zich droeg, kan daarvan sprake zijn. Bijvoorbeeld in een “blijf staan, of ik hoest” -geval. In andere gevallen wordt toerekening al een stuk moeilijker. Het is namelijk niet uit te sluiten dat de besmetting door een ander heeft plaatsgevonden. 

Dit probleem speelde sterk in een serie rechterlijke uitspraken, de zogenaamde HIV-serie. In dat geval waren een aantal mensen besmet geraakt met het HIV-virus, nadat zij tijdens een vrijpartij ge├»njecteerd waren met besmet bloed. Het was in casu niet duidelijk of de besmetting had plaatsgevonden door de seks of door de injectie. Omdat beide oorzaken mogelijk waren, was toerekening niet mogelijk. 

Schade. Ten derde moet sprake zijn van schade. Schade kan zowel materieel, zoals geleden verlies of gederfde winst, als immaterieel zijn. Als je door besmetting met het Coronavirus niet meer kunt werken en daardoor verlies lijdt, is er bijvoorbeeld sprake van schade. 

Causaliteit. Ten vierde moet er sprake zijn van causaliteit. Dat betekent dat er een verband moet zijn tussen de ontstane schade en de onrechtmatigheid.

Relativiteit. Ten vijfde moet er sprake van relativiteit. Dat betekent dat de geschonden norm wel moet strekken tot bescherming van de ingeroepen belangen. Een tandarts kan bijvoorbeeld geen schadevergoeding op grond van onrechtmatige daad vorderen van een andere tandarts die zonder diploma het beroep uitoefent. Het verbod op het zonder diploma uitoefenen van het tandartsenberoep is immers verboden ter bescherming van de volksgezondheid, en niet ter bescherming van de concurrentiepositie van andere tandartsen. 

Het spreekt dus niet voor zich dat een besmetting met het Coronavirus leidt tot aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad. Vooral omdat in het algemeen niet is aan te tonen door wie een besmetting heeft plaatsgevonden, is het vaststellen van causaliteit moeilijk. Alleen als is aan te tonen dat de besmetting onmiskenbaar heeft plaatsgevonden door specifieke dader, bestaat er een mogelijkheid om op grond van onrechtmatige daad tot een schadevergoeding te komen.